MENU

Interview met Stefan Mangnus - Wees niet bang!

Op 21 september jl. legde Stefan Mangus in de kapel van het klooster zijn belofte van gehoorzaamheid af aan God, Maria, Dominicus en de Orde voor een periode van drie jaar. Na deze kleine professie keert hij terug naar Engeland, waar hij zijn noviciaat deed in Cambridge. Voor de kloosterkrant hebben wij hem hem een aantal vragen gesteld.

In wat voor gezin ben je opgegroeid?
Ik kom uit een katholiek, kerkbetrokken gezin. Mijn ouders vonden het belangrijk om mijn zus en mij op een ontspannen manier vertrouwd te maken met het geloof. We vierden de feesten en ook bidden voor het eten en op zondag naar de kerk gaan hoorde er met een zekere vanzelfsprekendheid bij. Als kind genoot ik van de bijbelse verhalen, de rituelen en de afwisseling van sferen in het kerkelijk jaar.

Wanneer wist je voor het eerst wat je roeping was, was dat al van kleins af aan of kwam dat langzaam op je pad? Is er een aanleiding hier voor geweest?
Ik aarzel even bij het woord ‘roeping’; dat komt van het werkwoord ‘roepen’, en dat klinkt mij als iets dat met veel decibellen gebeurt, als ‘schreeuwen’. In mijn leven heeft God nooit geschreeuwd. Wel gefluisterd; soms dichtbij, soms wat verder weg, maar altijd uitnodigend.

Al heel jong werd ik geraakt door de liturgie van de kerk: onze kerk was van binnen beschilderd met bijbelse taferelen, er was prachtige muziek er waren de verhalen uit de bijbel en de rituelen van de liturgie waarin ik meegenomen werd. Ik had het geluk dat we een pastoor hadden die zo preekte alsof je zelf midden in het bijbelverhaal stond; door hem werden het verhalen die over mij gingen, en verhalen waarin ik mijn eigen leven terugvond.  

Ik wist al jong dat ik iets met de kerk wilde, dat ik iets met God wilde. Ik wist nog niet hoe of wat, en zat vol met vragen over God en aan God. Daarom besloot ik na mijn middelbare school theologie te gaan studeren. Dat bleek een goede keus: mijn gelovig-zoekende ziel en vragende verstand kwamen er beide aan hun trekken, en daarom is de theologie me nog altijd zeer dierbaar.  

Er waren in mijn studie twee dominicanen die me door hun teksten raakten: de middeleeuwer Thomas van Aquino en Timothy Radcliffe, destijds magister van de orde. Door hen werd ik enthousiast voor de orde, al dacht ik toen nog niet aan intreden.

Maar er bleven dominicanen op mijn weg komen: ik mocht een jaar in het buiteland studeren en deed dat bij de dominicanen in Toulouse, waar ik voor het eerst dominicanen in levenden lijve ontmoette. Mijn eerste baan als pastoraal werker was een dominicaanse parochie, in Tiel. En toen ik in het bisdom Groningen ging werken ontmoette ik er twee lekendominicanen die me inspireerden. Ik besloot lekendominicaan te worden, omdat me dat een goede manier leek om me met de orde te verbinden. Toen ik zo de orde beter leerde kennen en merkte hoe ik me er thuis voelde, begon ik me af te vragen wat voor mij de goede plek in de orde zou zijn: als leek of als broeder.

Langzaam drong het tot me door dat ik in al dat toevallige steeds weer bij dominicanen uitkomen, en met plezier, Gods uitnodigen zou kunnen herkennen. Op die uitnodiging heb ik graag ‘ja’ gezegd.

Wat is voor jou de belangrijkste reden geweest om Dominicaan te worden?
Het charisma van de orde, dat wat dominicanen eigen is. Thomas van Aquino heeft dat eens omschreven als “contemplari et contemplata aliis tradere”; “overwegen en dat wat je overwogen hebt, aan anderen doorgeven.” “Overwegen” heeft daarin een dubbele betekenis: het betekent bidden én studeren. Die combinatie, enerzijds het contemplatieve van tijd nemen om met God te zijn in stil gebed en in onze gezamenlijke gebeden, en van studeren, goed nadenken over de vragen van geloof en samenleven en daarin geen genoegen nemen met makkelijke antwoorden, en anderzijds aan anderen doorgeven wat je in dat overwegen ontdekt hebt, in preken, in theologie en catechese, in wie je bent, dat vind ik een prachtige combinatie, een combinatie waar ik mijn leven graag aan wil wijden.  

Welke traditie van de Dominicanen spreekt jou het meeste aan?
Dat zijn er zo veel! Laat ik er eentje uitpikken. In een van de vroegste biografieën over Dominicus wordt over hem gezegd dat hij “alleen maar met God of over God sprak”. Zo geformuleerd klinkt het in onze oren misschien wat overdreven, maar voor mij ligt hierin wel de kern: als het waar is dat God ons uit liefde geschapen heeft, als het waar is dat God uit liefde in Jezus mens geworden is zoals jij en ik, als het waar is dat Gods heilige Geest in ons woont en ons inspireert, dan is dat het belangrijkste dat er is. Die constante gerichtheid op God, in ons bidden en studeren, in hoe we met elkaar spreken en met elkaar omgaan, in hoe we opkomen voor wie in de verdrukking zit en bruggen bouwen tussen mensen, die gerichtheid is de kern van onze orde die mij zo aanspreekt.

Wat vind je van de laatste ontwikkelingen in de wereld (aantal vluchtelingen, verschil tussen religie wordt groter etc.) en hoe zie jij jouw plaats daar in?
Toen paus Franciscus zijn eerste staatsbezoek bracht, ging hij niet naar een religieuze leider of naar een groot land, maar naar een klein eiland, Lampedusa, waar hij aandacht vroeg voor de mensen die op de vlucht zijn en hun leven riskeren op zee. Dat was een profetisch bezoek, dat mensen de ogen geopend heeft, en de vraag hoe we omgaan met vluchtelingen is een van de grote vragen van onze tijd, vind ik.

In het evangelie van Matteüs heeft Jezus het over een “schriftgeleerde die leerling is geworden in het koninkrijk der hemelen”, die leerling is geworden van God. Over die schriftgeleerde zegt Jezus: “Hij is als een huisvader die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt.” Ik vind dat een mooie beschrijving van wie ik als dominicaan en theoloog probeer te zijn: iemand die thuis is in de Schrift en de rijke traditie van de kerk, en die vanuit die traditie nieuwe en oude dingen aandraagt die kunnen helpen de ontwikkelingen in ons eigen leven en de brede maatschappij beter te verstaan in het licht van Gods koninkrijk.    

Hoe gaat het de komende tijd voor jou uit zien? (voor het komende jaar/ 5 jaar)
Dit academisch jaar woon ik in Blackfriars Oxford om hier aan mijn proefschrift te werken. Ik doe onderzoek naar het commentaar dat de middeleeuwse dominicaan Thomas van Aquino schreef op het evangelie van Johannes: dat commentaar is prachtig, maar niet erg bekend. Wat er daarna komt, weet ik nog niet.

Wat zou jij mee willen geven aan de mensen?
Ik proef in onze cultuur en in onze kerk op dit moment veel angst: angst om kwijt te raken wat ons vertrouwd is, angst voor het onbekende, angst voor wat afwijkt van onze normen, angst om verloren te lopen. Mij valt het op hoe vaak Jezus in het evangelie tegen zijn leerlingen zegt: “Wees niet bang!” Ja, als je leerling van Jezus wilt zijn, zul je kwijtraken wat je vertrouwd is, zoals Jezus zelf alles kwijtraakte, tot op het kruis toe. Leerling van Jezus zijn betekent pelgrim zijn naar een land dat je niet kent, naar mensen die je niet kent. Maar die nieuwe werelden en die nieuwe mensen, ze zijn allemaal door God geschapen, God is in hen al aanwezig. Daarom: “Wees niet bang!”

Terug

Wanneer is er wat te doen?

Kalender wordt geladen...

Bekijk het volledige overzicht >

Volg ons op Twitter Twitter icon

Ontvang onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte en meld u aan voor de nieuwsbrief
Aanmelden

Lees hier de Kloosterkrant

Het Klooster in beeld