MENU

God zoekt de mens - Bezinning door Henk Jongerius


Deze bezinning verscheen in Geloven Onderweg 2013 nummer 4.
Door: Henk Jongerius o.p., Dominicaan, auteur en dichter
Meer over het dominicaanse tijdschrift Geloven Onderweg leest u hier>>

God zoekt de mens
Als er één verlangen diep geworteld is in elk mens, dan is het wel de wens om ‘gezien te worden’. Dat kun je al bij kleine kinderen zien die van tijd tot tijd om aandacht vragen. Ze willen erbij horen en zorgen vanzelf wel dat zij ook in het gezelschap van grote mensen de aandacht op zich vestigen! Het eenvoudige verstoppertje of kiekeboe spelen heeft niet de bedoeling om verborgen te blijven maar om in het centrum van de aandacht te komen. En bij volwassenen is het al niet anders. Wij kleden ons niet voor niets op een bepaalde manier en mensen die zich gedragen alsof ze het liefst onopgemerkt blijven, vallen ons op …

Het gaat bij het gezien willen worden natuurlijk niet om ijdelheid die gestreeld zoekt te worden; neen, dat is alleen maar de buitenkant. Wij willen gezien, gewaardeerd worden om wie wij werkelijk zijn. Ten slotte zijn wij allemaal mensen met een eigen naam, die als zodanig gekend willen worden. Diep in ons hart hebben wij er weet van dat heel dat streven om naam te maken en belangrijk te zijn, je leven aldoor in eigen regie te houden, pure ijdelheid en eigenlijk lucht is, alleen maar buitenkant. Wij willen persoonlijk aangesproken worden!

‘God sprak’
Ik herinner mij het verhaal over een rabbi die, lezend in de bijbel, getroffen werd door de uitdrukking die er ontzettend vaak in voorkomt: ‘God sprak’. Hij begon afwisselend de nadruk te leggen op het eerste woord en op het tweede en werd bijna ‘mesjogge’ van het besef dat het de Onnoembare en Onzichtbare is die zich tot mensen richt en dit vervolgens ook nog eens op een verstaanbare wijze doet! Dit diepe besef komt op een bijzondere manier tot uitdrukking in de titel van het derde boek van Mozes. In de joodse traditie worden die vijf boeken niet aangeduid met Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium, maar Met de eerste woorden van elk boek: ‘In het begin’, ‘Dit zijn de namen’, ‘God roept’, ‘In de woestijn’ en ‘Dit zijn de woorden’.

God roept
Dit betekent dat de grondovertuiging van de bijbel is, dat iedereen die thuis wil raken in het leven zelf, weet moet hebben van hoe de wereld van meet af aan bedoeld is, en dit leert aan de hand van de namen van Mozes en van de Levende, die in de woestijn mensen roept en woorden tot hen spreekt. Precies het middelste van die vijf boeken van Mozes - en dus het hart van het Bijbelse getuigenis - scherpt ons in, dat God roept! Met die woorden opent het boek Leviticus.

Dit roepen sluit dus naadloos aan op het diepste verlangen van ons mensen die geroepen en gezien willen worden. De verhalen die wij in de bijbel lezen, willen ons ervan doordringen dat dit roepen van God aanhoudt. Mens worden betekent dat je wilt horen naar het roepen van de Eeuwige die vraagt: “Mens, waar ben je?”, en: “Waar is je broer, je zus?”, zoals wij dat horen op de eerste bladzijden van de Schrift.

Ommekeer
Voor mensen die vanouds gewend zijn om naar God te zoeken en de tekenen van zijn aanwezigheid op het spoor te komen, is dit een verrassende ommekeer in ons denken. Natuurlijk zijn er denkers, theologen en filosofen, nodig die woorden zoeken om iets van Gods Geheim te kunnen verstaan, maar toch denk ik dat zij soms meer onder woorden zullen brengen waar dit Geheim niet voor ons opengaat! De grote joodse denker Abraham Heschel heeft mij de ogen en oren geopend voor een andere wijze van denken. Hij houdt in zijn boek ‘God zoekt de mens’ een pleidooi voor een levenshouding van ontvankelijkheid waardoor wij op het spoor komen van Gods aanwezigheid in ons bestaan. Het gaat hem niet zozeer om het denken over God, maar meer om de mogelijkheid om iets van Gods tegenwoordigheid te kunnen ervaren. Ook hij neemt, net als die rabbi over wie ik vertelde, de uitdrukking ‘God roept’ volstrekt serieus. Hij zegt zelfs dat het heel begrijpelijk is dat wij niets van God ervaren als wij met de rug naar Hem toe staan. Je moet je dus letterlijk omkeren – of bekeren in Bijbelse taal – en in een andere houding in het leven gaan staan. Dan kan het gebeuren dat je achteraf gaat beseffen dat Gods werkelijkheid aanwezig was in je leven zonder dat je je ervan bewust was, zoals Jacob overkwam toe hij gedroomd had van een ladder die naar de hemel leidde.

Aangeraakt worden
Wie probeert echt te luisteren naar het levensverhaal dat mensen elkaar soms toevertrouwen, kan getroffen worden door de wijze waarop Gods kracht in het bestaan van mensen doorbreekt. Het maakt mij er diep van doordrongen dat niet wij het zijn die ons ‘een naam maken’, maar dat datgene wat werkelijk je leven draagkracht en fundament geeft, aan je gegeven wordt. Het is God die naar ons toekomt op zijn manier. Het komt erop aan dat onze ogen en oren opengaan en ons hart bedacht is op zijn verschijnen. De apostel Johannes zegt het zo: ‘Niet wij hebben God liefgehad, maar Hij heeft ons liefgehad’ (1 Joh. 4, 9). Het verhaal over het echte leven begint bij God en dat is een andere volgorde dan die welke wij gewoonlijk in acht nemen!

Midden in ons leven wil God ons aanraken en aanspreken: aan Hem is het eerste woord. Ik denk dat dit van groot belang is, ook voor de kerkgemeenschap in onze dagen. Zij zal niet mogen beschikken over God, maar in woord en daad ruimte moeten maken voor het licht en de kracht die Hij voor mensen wil zijn. Een kerkgemeenschap zal eerbied moeten hebben voor het geweten van mensen, waarin zij zich door de Bron van het leven aangesproken weten. Het is op die plaats dat mensen tot het besef komen, hoe zij gedragen worden door God, ook al wordt hun lichaam afgebroken en sterft hun hart. Voor dit geheim van Gods omgaan met ons zouden wij moeten opengaan, want het is in feite de Geest van God die werkzaam is onder ons. Er is grote omzichtigheid nodig om dit werken van de Geest niet al te snel aan regels te binden. Anders zou het wel eens alleen onze geest kunnen zijn waaraan wij beperkingen opleggen.

In de geschiedenis van de Kerk kennen wij naast een traditie van leerstellingen die ons geloven onder woorden brengen, ook een mystieke traditie, waarin het stilzwijgend besef van Gods werkzaamheid in mensen beleefd is. De wijze waarop die ervaringen onder woorden zijn gebracht, hebben een andere ‘taal’ dan die welke wij horen in officiële kerkelijke uitspraken. Ik heb het vermoeden dat zij dichter staan bij de poëzie die wij bijvoorbeeld in de psalmen vinden. Die taal doet een beroep op ons hart, onze beleving van ons bestaan. We moeten deze traditie ruimte geven naast die andere, want zij hebben elkaar nodig om ruimte te maken voor de wijze waarop God met mensen omgaat. In elk geval leert de bijbel ons om ook met ons hart te geloven en niet alleen met ons verstand. Die twee horen bij elkaar en hopelijk corrigeren zij elkaar.

In de taal van de ervaring kunnen wij slechts spreken van de geborgenheid die God mensen wil bieden, en de stevigheid die Hij geeft, zodat Hij ‘onze Rots’ is. Hij die ons de ruimte en tijd van leven geeft, vraagt zelf om die ruimte in ons, waardoor wij oog krijgen voor zijn verlichtende aanwezigheid.

Gij waakt en draagt
en vraagt aan mij
of ik verdragen kan
uw schaduw aan mijn zij.

Gij hoedt, behoedt,
en zoekt naar mij
of ik bespeuren kan
uw adem dicht in mij.

Gij wacht bij nacht
en dag op mij
of ik vernemen wil
uw hartslag diep in mij.

Gij zoekt mij, noemt
en roept mijn naam:
wanneer ik horen wil
zal ik uw stem verstaan.


Elke maand begeleidt Henk Jongerius een vrijdagretraite, meestal op de 1e vrijdag van de maand.
Kijk hier voor data, informatie en aanmelding>>

Terug

Wanneer is er wat te doen?

Kalender wordt geladen...

Bekijk het volledige overzicht >

Volg ons op Twitter Twitter icon

Ontvang onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte en meld u aan voor de nieuwsbrief
Aanmelden

Lees hier de Kloosterkrant

Het Klooster in beeld